Behoort tot de familie van de Rubiacea

De koffieplant is een gewas dat eigenlijk uit het oerwoud afkomstig is. De plant wordt verbouwd in bijna alle landen rondom de evenaar, een soort koffiegordel.
De koffieplant hoort tot de Rubiacceeën, de familie van ruwbladigen. De bladeren blijven het hele jaar groen. Binnen die familie van Rubiacceeën hoort de koffieplant weer tot het geslacht van de Coffea. Er zijn veel Coffea-soorten. De grootte van de boom verschilt, afhankelijk van de soort. Er zijn er die in het wild ongeveer zes meter hoog worden, anderen bereiken een hoogte van wel
achttien meter. Op de plantages laat men het zover niet komen, daar snoeit men de bomen tot struiken. Ook al zijn er veel soorten, voor de koffiecultuur zijn er twee echt belangrijk: de
Coffea Arabica en de
Coffea Robusta.
De bekendste Arabica soorten zijn:
Caturra (Brazilië, Colombia),
Mundo Novo (Brazilië),
Tico (Midden-America),
San Ramon (Dwergplant),
Blue Mountain (Jamaica).
De Arabica-plant is een grote struik, met donkergroene, ovale bladeren. De vruchten (bessen) zijn eivormig en beschikken meestal over twee bonen. Indien er zich maar een boon ontwikkeld wordt dat een parelboon genoemd.
"Robusta" bonen zijn meestal afkomstig van de Coffea canephora. Dit is een sterke plantsoort, die beter ziekte ressistent is. De vruchten zijn rond en hebben ongeveer een rijpduur van elf maanden. De bessen zijn veelal kleiner dan die van de Arabica. Robusta - koffie wordt in West- en Centraal-Afrika, in heel Zuid-oost Azië en gedeeltelijk in Brazilië verbouwd, waar de boon trouwens "conilon" wordt genoemd.
Liberica - koffiebomen zijn sterke en grote planten. Ze kunnen zelfs een hoogte van 18 meter bereiken. Ze hebben grote, leerachtige bladeren en dragen grote vruchten. Liberica - koffie wordt in Maleisië en West-Afrika verbouwd, in beperkte hoeveelheden. De smaak van de koffie zeer uitgesproken, waardoor de uiteindelijke vraag ver achter blijft op de bekendere soorten.
Arabica

Arabica - koffie is maakt thans 70% van de wereldoogst uit. Het aandeel Robusta - is trouwens stijgende omdat juist deze plant sterker is en beter bestand is tegen ziektes.
De Arabica is niet van Arabische maar van Abessijnse afkomst. De Arabica-koffie wordt het meest verbouwd in Midden- en Zuid-Amerika. De ongebrande Arabica-bonen zijn rond maar lopen vaak spits toe. De kleur kan verschillen van geelachtig tot groengrijs en blauwgrijs. De Arabica-boon heeft een milde smaak, een fijne geur en is niet erg krachtig. De Coffea Arabica heeft per struik een oppervlakte van ongeveer twee bij twee meter nodig. Wereldwijd groeien er circa 9 miljard Arabica-struiken.